Het is inmiddels jaren geleden. Als laatstejaarsstudent bezocht ik een jobbeurs. Tussen de vele gesprekken met organisaties en werkgevers is er één uitspraak die me is bijgebleven. Een dame vertelde over haar werk in organisaties en gebruikte daarbij de woorden: “the survival of the fittest.”
Ik weet niet meer precies waar het gesprek over ging. Maar ik herinner me wel hoe ze erover sprak. Het was meer dan een losse uitspraak. Het leek bijna een manier van kijken naar organisaties. Naar mensen. Naar werk.
En eerlijk gezegd voelde ik vooral afkeer. Niet omdat organisaties niet veeleisend mogen zijn. Niet omdat prestaties er niet toe doen. En ook niet omdat niet iedereen in elke organisatie past. Maar omdat er voor mij iets fundamenteels ontbrak. Want wat gebeurt er wanneer we een organisatie vooral bekijken als een omgeving waarin de sterksten moeten zien te overleven?
The survival of the fittest?
Dan wordt de vraag al snel: Wie houdt stand? Wie presteert het best? Wie is het meest weerbaar? Wie past zich het snelst aan?
Terwijl er volgens mij ook andere vragen zijn.
Waarvoor zijn we hier eigenlijk samen?
Welke mensen hebben we nodig om goed werk te kunnen leveren?
Wat hebben mensen nodig om hun talent te kunnen inzetten?
En hoe zorgen we ervoor dat verschillende mensen elkaar sterker maken?
Onlangs sprak ik dan weer een paar keer met iemand over het specifiek inzetten van mensen die kwetsbaarder zijn op de arbeidsmarkt.
Mensen die kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt?
Ook daar merk ik dat ik niet zozeer geloof in een vooraf bepaald doel. Ik sta er zeker voor open wanneer iemand met een bepaalde kwetsbaarheid de juiste persoon blijkt te zijn voor een bepaalde functie en werkomgeving. Misschien juist omdat er in die persoon kwaliteiten zitten die ergens anders onvoldoende tot hun recht komen.
Maar iemand inzetten gewoon omdat hij of zij kwetsbaar is, lijkt me evenmin het juiste uitgangspunt. Het gaat uiteindelijk niet om het label. Het gaat om de match.
De juiste mensen op de juiste plek
Hiervoor stellen we de vragen: Wat heeft deze organisatie nodig? Wat kan deze persoon bijdragen? Wat vraagt de functie? Welke omgeving helpt iemand om goed te functioneren? En waar kunnen organisatie en medewerker elkaar versterken?
Een organisatie is geen strijdtoneel. Mensen hoeven elkaar niet te verdringen om van waarde te zijn. Een sterke organisatie hoeft daarom helemaal niet de organisatie te zijn waarin de sterksten overleven. Het is eerder de organisatie waarin de juiste mensen op de juiste plek tot hun recht komen.
Dat betekent niet dat alles voor iedereen moet kunnen. Soms past iemand gewoon niet bij een bepaalde rol, een team of een organisatie. En soms vraagt een functie nu eenmaal bepaalde capaciteiten of een bepaalde draagkracht. Maar dat is iets anders dan een cultuur waarin mensen voortdurend moeten bewijzen dat ze sterk genoeg zijn om erbij te blijven.
Werk in een sterke organisatie
Decennia later weet ik nog altijd niet waarom die dame precies die woorden van "the survival of the fittest" gebruikte. Maar ik weet wel waarom ze bij mij zijn blijven hangen. Ze raakten aan iets waar ik blijkbaar toen al sterk in geloofde:
Werk hoeft helemaal geen kwestie van overleven te zijn om mensen tot het beste van zichzelf te laten komen.
De vraag “wie overleeft hier?” zegt uiteindelijk minstens zoveel over de organisatie als over de mensen die erin werken.
Een sterke organisatie wordt dan ook niet bepaald bij de vraag wie er de sterkste is maar bij een veel eenvoudigere vraag:
Wie is hier de juiste persoon? Niet de sterkste. Niet de meest weerbare. Niet degene die zich het gemakkelijkst aanpast.
Wel "de juiste".
Hoe kijk jij hiernaar? Deel het in de comments hieronder.